Generalisatie van de spiegeling: de centrale collineatie

Overzicht ][ Proj.Meetkunde | Meetkunde

0. Overzicht terug

Puntspiegeling
  • Loodrechte lijnspiegeling
  • Scheve lijnspiegeling cabrisignal
  • Centrale collineatie cabrisignal
  • Generalisatie
  • Andere eigenschappen van de centrale collineatie cabrisignal
  • Constructies met Cabri (macro's)
  • Download
  • 1. Puntspiegeling terug

    figuur 1

    genspiegel1

    Zij O een vast punt in het vlak.
    De puntspiegeling Po van een punt X met Po(X) = X’ wordt vastgelegd door
    • X’ op de lijn OX
    • XO = X’O

    Eigenschappen
    De eigenschappen van deze afbeelding zijn genoegzaam bekend. We noemen er enkele.

    2. Loodrechte lijnspiegeling terug

    figuur 2

    genspiegel2

    Zij m een willekeurige rechte lijn in het vlak.
    De loodrechte lijnspiegeling Lm van een punt X met Lm(X) = X’ in een lijn m wordt vastgelegd door
    • XX’ _|_ m met XX’ /\ m = Xm
    • XXm = X’Xm

    Opmerking
    De loodrechte lijnspiegeling wordt ook wel kortweg spiegeling genoemd.
    [einde Opmerking]

    Eigenschappen
    Ook hier alleen een enkele:

    3. Scheve lijnspiegeling terug

    Zie hiervoor ook het Cabri-werkblad "Scheve lijnspiegeling"
    Zie ook de pagina "Affiene afbeeldingen"
    figuur 3

    genspiegel3

    Zijn m en r twee willekeurige lijnen in het vlak waarbij r niet loodrecht staat op m.
    We noemen in dit verband de scherpe hoek j tussen de lijnen m en r de richting van de spiegeling.

    De scheve lijnspiegeling Sm[r] van een punt X met Sm[r](X) = X’ in de lijn m in de richting van een lijn r wordt vastgelegd door

    • XX’ // r met XX’ /\ m = Xm
    • XXm = X’Xm

    Eigenschappen

    Eerste bewijs (gedeeltelijk):

    figuur 4

    genspiegel4

    Zie hiervoor ook het Cabri-werkblad "Scheve lijnspiegeling".

    De afstand van de punten X en X’ tot de lijn m zijn gelijk, waardoor driehoeken die twee hoekpunten op de lijn m hebben gelijke oppervlakte hebben (zie figuur hiernaast).

    Daaruit volgt dan gemakkelijk het algemene geval. ¨

    Klik hier Animatie voor een CabriJavapplet ter illustratie.

    Tweede bewijs (analytisch):

    figuur 5

    genspiegel5

    We gaan uit van een orthonormaal assenstelsel. De lijn m laten we samenvallen met de x-as.
    De basisvectoren zijn dan e1 = (1,0) en e2 = (0,1).
    Het beeld van e1 is (1,0). Zij Y’ het beeld van het eindpunt Y van e2. We hebben dan Y’ = (x, -1).
    Voor P, het midden van OQ geldt dan OY/OP = tan j . Zodat uit OP = 1/tan j volgt:
       x = 2/tan j .

    Voor de determinant van de afbeelding Sm[r] geldt dan:
    genspiegelf1
    ¨

    figuur 6

    genspiegel6

    • Verhoudingen van lijnstukken (dubbelverhouding) zijn invariant.
    • Het beeld van een cirkel is een ellips (*).
      De asrichtingen van de ellips zijn vast. Deze zijn evenwijdig met de bissectrices van de hoeken tussen de lijnen m en r.
      Uit de invariantie van de dubbelverhouding volgt dat het middelpunt van de cirkel wordt afgebeeld op het middelpunt van de ellips.
      Uit de gelijkheid van de oppervlakte van de cirkel en de ellips volgt eenvoudig, dat R2 = ab, waarbij R de straal van de cirkel en a,b de lengtes zijn van de halve assen van de ellips.
      __________
      (*)
      Klik hier voor  het bewijs hiervan.

    Klik hier Animatie voor een CabriJavapplet ter illustratie.

    Opmerking
    Indien de lijn r loodrecht staat op m, dan gaat de scheve lijnspiegeling over in de loodrechte lijnspiegeling.
    Zie verder eventueel ook de pagina "Affiene afbeeldingen"
    [einde Opmerking]

    4. Centrale collineatie terug

    figuur 7

    genspiegel7

    O is een vast punt en m is een vaste lijn in het vlak.
    Het beeld X’ van een punt X bij een centrale collineatie CO,m wordt vastgelegd door
       (OHXX’) = -1
    waarbij H het snijpunt is van de lijn OX en de lijn m.
    (OHXX’) is de dubbelverhouding genspiegelf2. Hierbij worden de lijnstukken van een teken voorzien (gerichte lijnstukken).

    Nb. Dat (OHXX') = -1 is n i e t noodzakelijk voor een centrale collineatie. Ook als (OHXX') = k (met k constant), spreekt men van een centrale collineatie.
    In hetgeen volgt, is steeds k = -1 (we spreken wel van een harmonische afbeelding).

    Opmerking
    Een centrale collineatie wordt ook wel perspectiviteit (of perspectieve afbeelding) genoemd.
    [einde Opmerking]

    Eigenschappen

    Klik hier Animatie voor een CabriJavapplet ter illustratie.

    Stelling
    Zij P en p pool en poolijn van een kegelsnede K.
    Bij de centrale collineatie met centrum P en as p is K (niet-puntsgewijs) invariant

    Bewijs:

    figuur 8

    genspiegel8

    Uit de definitie van poollijn van een punt tov. een kegelsnede volgt dat voor een punt X van K geldt:
       (PHxXX’) = -1
    waarbij X’ het tweede snijpunt is van de lijn PX en de kegelsnede.
    X wordt dus bij de centrale collineatie afgebeeld op X’. ¨

    Klik hier Animatie voor een CabriJavapplet ter illustratie van deze stelling.

    5. Generalisatie terug


    [1]
    Als O op l¥ (dit is de lijn op oneindig) ligt, dan gaat de centrale collineatie over in de scheve spiegeling.
    Immers uit (OHXX’) = -1 volgt dan, dat H het midden is van het lijnstuk XX’ (voor ieder punt X).
    figuur 9a

    genspiegel7b

    In figuur 9a wordt een punt R¥ bepaald door de evenwijdige lijnen r.
    Door identificatie van O met R¥ krijgen we dan figuur 9b.
    Door identificatie van twee punten op m met twee punten op l¥ krijgen we figuur 9c.
    figuur 9b

    genspiegel7c

    figuur 9c

    genspiegel7d

    [2]
    Als m º l¥ , dan gaat de centrale collineatie over in de puntspiegeling met centrum O. Immers uit (OHXX’) = -1 volgt dan dat O het midden is van het lijnstuk XX’ (voor ieder punt X).

    6. Andere eigenschappen van de centrale collineatie terug

    Stelling
    Een centrale collineatie beeldt een kegelsnede af op een kegelsnede.

    Bewijs:

    figuur 10

    genspiegel9

    Een en ander volgt uit de projectieve eigenschappen van een kegelsnede, waardoor projectieve lijnenwaaiers door de centrale collineatie weer worden afgebeeld op waaiers met dezelfde eigenschappen. ¨

    Gevolg
    Bekijken we nu de vermenigvuldiging V met centrum O en factor ½.
    De collineatie-as van de centrale collineatie wordt door V afgebeeld op een rechte lijn m’.
    Deze lijn m’ speelt nu een rol om de beelden van de kegelsneden te onderscheiden in hun verschillende typen: ellips, parabool en hyperbool.
    Immers de punten van de lijn m’ worden door de centrale collineatie afgebeeld op punten van l¥ (het beeld van m’ bij de centrale collineatie is l¥ ).

    figuur 11a

    genspiegel10

    figuur 11b

    genspiegel10b

    figuur 11c

    genspiegel10c

    In figuur 11a snijdt de lijn m’ de kegelsnede (in dit geval een cirkel) in twee verschillende punten. Het beeld van de cirkel is dus een hyperbool.
    In figuur 11b raakt de lijn m’ aan de cirkel. Het beeld van de cirkel is een parabool.
    In figuur 11c heeft de lijn m’ geen punten gemeen met de cirkel. Het beeld is een ellips.

    Klik hier Animatie voor een CabriJavapplet ter illustratie.

    Asymptoten van een hyperbool

    figuur 12

    genspiegel11

    In figuur 12 snijdt de kegelsnede (in dit geval weer een cirkel) de lijn m in twee punten A en B.
    Het beeld is dus een hyperbool.
    De beelden van de punten A en B liggen dus op l¥ .
    De raaklijn in A (en B) wordt afgebeeld op de raaklijn in A¥ (en B¥ ). De beelden daarvan zijn dus de asymptoten van de hyperbool.
    Echter, lijn (ic. de raaklijn in A) en beeldlijn (een asymptoot) snijden elkaar op m: het punt A".
    De lijn door A" evenwijdig aan de lijn OA is dus een asymptoot.
    De lijn door B" evenwijdig aan de lijn OB is eveneens een asymptoot van de hyperbool.

    Een bijzonder geval
    We laten het centrum O van de centrale collineatie samenvallen met het middelpunt van de cirkel.

    figuur 13a

    genspiegel12a

    In figuur 13a is de lijn TTm de raaklijn in T aan de cirkel.
    De lijn T’Tm is dan raaklijn aan (in dit geval) de ellips (het beeld van de cirkel bij de centrale collineatie met centrum O).
    Deze lijn snijdt de lijn m’ in het punt R.
    Nu is dus hoek T’OR = 90° .
    Het punt O is nu een brandpunt van de ellips; de lijn m’ is de daarbij behorende richtlijn.

    Klik hier Animatie voor een CabriJavapplet ter illustratie.

    figuur 13b

    genspiegel12b

    In figuur 13b is de situatie weergegeven voor een parabool (de lijn m’ raakt aan de cirkel).
    Het punt Q (samen met het punt P snijpunten van de lijn OTm en de cirkel) heeft als beeld het punt Q’ (de top van de parabool).
    figuur 13c

    genspiegel12c

    In figuur 13c zien we de situatie voor een hyperbool.

    7. Constructies met Cabri (macro's) terug


    Met Cabri Geometry II kunnen we de meeste van in de bovenstaande paragrafen vermelde eigenschappen met constructies illustreren.
    Een macro die van objecten het beeld bij een centrale collineatie geeft, beschrijven we hieronder (zie macro:CentrCollineatie). We gebruiken daarbij als basis de volgende macro.

    macro:VierdeHarmonische

    figuur 14a

    genspiegel13

    We gaan uit van de (collineaire) punten A, B, C.
    Construeer nu het punt D zo, dat (ABCD) = -1.
    1. Lijn(B, C)
    2. Cirkel(C, B)
    3. Loodlijn(C, 1)
    4. Snijpunt(3, 2) = P
    5. Lijn(P, A)
    6. EvenwijdigeLijn(B, 5)
    7. Snijpunt(6, 3) = Q
    8. Puntspiegeling(Q, B) = R

    9. Lijn(P, R)
    10. Snijpunt(1, 9) = D
    Beginobjecten: A, B, C (in deze volgorde); eindobject: D.

    Bewijs:
    ACP ~ BCQ (hh), waaruit volgt: AP : BQ = AC : BC
    en ook DPA ~ DRB (hh) waaruit volgt: PA : RB = DA : DB.
    Dan is
    (ABCD) = (CA/CB) : (DA/DB) = (AP/BQ) x (RB/PA) = -BQ / RB = -1. ¨

    Gevolg

    figuur 14b

    genspiegel14b

    Als het punt A samenvalt met het oneigenlijke punt van de lijn BC, dan is B het midden van CD.
    In figuur 14b is m een lijn evenwijdig met BC. A is het "snijpunt" van deze lijnen; zie de notatie A= (INF; 0.00).

    Opmerking
    In Cabri Geometry II wordt met "INF" een coördinaat aangeven van een (bestaand) punt op de oneigenlijke rechte).
    [einde Opmerking]

    [einde Gevolg]

    macro:CentrCollPunt
    Deze macro gebruiken we om snel het beeld van een punt bij een centrale collineatie te construeren (hier is ook k = -1).

    figuur 15a

    genspiegel15

    Constructiestappen
    uitgaande van de gegeven objecten O, X en m (de collineatie-as):
    1. Lijn(O, X)
    2. Snijpunt(1, m) = Xm
    3. macro:VierdeHarmonische(O, Xm, X) = Y
    Beginobjecten: X, O (in deze volgorde), m; eindobject: Y.
    .
    figuur 15b
     
     
    genspiegel15b
    figuur 15c

    genspiegel15c

    Gevolg
    Als X gelegen is op het beeld van de lijn m bij vermenigvuldiging met ½ tov. O, dan is Y het oneigenlijk punt van de lijn OX (zie figuur 15b en figuur 15c).
    Dan is X het midden van het lijnstuk OXm.
    [einde Gevolg]

    Op basis van de macro:CentrCollPunt kunnen we nu de macro:CentrCollineatie definiëren waarmee van andere objecten (zoals lijnstuk, lijn, cirkel, kegelsnede) het beeld bij een centrale collineatie kan worden geconstrueerd.

    macro:CentrCollineatie (alleen het beeld van een cirkel; hier is ook k = -1)

    figuur 16
    genspiegel16
    Constructiestappen uitgaande van het punt O (1), de lijn m (2) en een cirkel (middelpunt 3 en lijn 4):
    5. Loodlijn(3, 2)
    6. Loodlijn(3, 5)
    7, 8. Snijpunt(5, 4), Snijpunt(6, 4)
    9. Middelloodlijn(1, 8)
    10. Loodlijn(3, 9)
    11, 12. Snijpunten(9, 4)
    13, 14. Snijpunten(10,14)
    15. Middelloodlijn(7, 11)
    16. Snijpunt(15, 4)
    17. (geen nummer) macro:CentrCollPunt(16, O, m)
    18, 19, 20, 21 … eveneens toegepast op de punten 11, 13, 14, 12
    22. Kegelsnede(17, 18, 19, 20, 21)
    Beginobjecten: cirkel, O, m;
    eindobject: kegelsnede (in dit geval dus de hyperbool).

    8. Download terug
    De meeste figuren van deze pagina, de figuren die gebruikt zijn bij de CabriJavapplets, en de genoemde macro's zijn in één bestand te downloaden via deze website.
    Klik hier om het downloadproces te starten (ZIP-bestand, ca. 38Kb).


    begin pagina

    [genspiegel.htm] laatste wijziging op: 18-jan-18 (08-07-2001)